Maandelijks archief: februari 2016

‘Richting’ in het onderwijs…

…naar een openbaar onderwijssysteem voor iedereen!

De Staatssecretaris van Onderwijs, Sander Dekker, komt met een nieuw wetsvoorstel ‘Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen’. Een wet waarin het begrip ‘richting’ (eindelijk) verdwijnt. “Een nieuwe onderwijsrevolutie verwacht ik niet..”, stelde de Staatssecretaris in januari de Volkskrant. Weet dat ook U tot 29 februari 2016 uitgedaagd wordt te reflecteren op het voorstel.

Wat maakt die term ‘richting’ uit? Of om het anders te stellen; wat betekent ‘richting’? En waarom is het zo’n grote stap de term ‘richting’ uit de wet te schrappen? En, kan dit niet misschien juist wat verstrekkender doorgevoerd worden, dan alleen schrappen? Deze vragen hebben mij ertoe gebracht dit artikel te schrijven.

Het begrip ‘richting’
Eerst dat begrip ‘richting’, want ‘richting’ is een ingewikkelde term. Dat blijkt wel uit de diverse publicaties en het historisch verloop en duiding van de term. In het essayRichting als pluriform begrip in de onderwijswetgeving’, door Prof. mr. P.W.A. Huisman, wordt dit heel mooi en overzichtelijk beschreven.

Pas later kreeg het betekenis; eerst over geloofsrichting (1933), maar daarna weer aangevuld met duiding ook als methoden van onderwijs (o.a. 1984).

De bewindspersoon heeft al mijn steun voor zijn streven naar ‘meer ruimte voor nieuwe scholen’. Hij hanteert het begrip ‘richting’ dan ook vooral in de ‘brede’ zin zonder de ‘enge’ betekenis; dus gericht op onderwijsmethoden (en vernieuwing). Mijn betoog is echter dat hij verder mag doorpakken met zijn onderwijsvernieuwing en al klinkt het tegenstrijdig, daarom zal ik hier in dit artikel louter de ‘enge’ betekenis hanteren van ‘richting’: onderwijs gebaseerd op een bepaalde geloofsovertuiging.

Rol onderwijs in onze samenleving.
Mijn inziens heeft het onderwijs ook een belangrijke opvoedkundige taak. Naast het leren lezen, schrijven en rekenen, krijgen kinderen gelukkig ook geschiedenis, biologie en andere meer ‘zaak’-vakken. Maar ook vaak nog andere vakken zoals ‘nieuwsbegrip’, waarbij een item dat in het nieuws actueel is, met de klas nader besproken wordt en een duiding krijgt (het betreft vaak een in het nieuws dominerend onderwerp).

De visie op onderwijs, dat deze een opvoedkundige taak heeft, is niet alleen van mij. Uit het eindadvies van het platform onderwijs 2032 onder leiding van Paul Schnabel, blijkt dat het onderwijs een bredere functie heeft dan het overbrengen en eigen maken van bepaalde kennis en vaardigheden. “Het Platform onderscheidt een aantal kenmerken van gewenst toekomstig onderwijs, waaronder een grotere nadruk op persoonsvorming (naast kennisontwikkeling en maatschappelijke vorming het derde hoofddoel van het onderwijs). Met een beter evenwicht tussen deze doelen kan het onderwijs leerlingen begeleiden in hun ontwikkeling tot zelfstandige volwassenen die vaardig, waardig en aardig zijn, voor zichzelf en voor hun omgeving.”, zo valt te lezen in de inleiding van dit degelijke rapport

Ook in artikel 9, vijfde lid, van de Wet op het primair onderwijs wordt aangegeven dat het onderwijs aan een aantal kerndoelen moet voldoen. Deze kerndoelen worden in een apart besluit (een AMvB) uitgewerkt. Op dit moment is het Besluit vernieuwde kerndoelen WPO, van 8 oktober 2005, van kracht. Naast de meer voor de hand en direct logisch te begrijpen inhoudelijke doelen, die gericht zijn op kennis en vaardigheden, lezen we als Kerndoel 38:

De leerlingen leren hoofdzaken over geestelijke stromingen die in de Nederlandse multiculturele samenleving een belangrijke rol spelen, en ze leren respectvol om te gaan met seksualiteit en met diversiteit binnen de samenleving, waaronder seksuele diversiteit.

Als ik deze ‘harde’ bronnen goed snap, dan houdt dit in, dat kinderen dus als stevig in de maatschappij staande individuen van school komen. Daarom vertaal ik de functie van school -in lijn met kerndoel 38- ook maar als eentje die gericht is op begrip en respect voor mensen die anders zijn (mensen met een fysieke of geestelijke handicap), anders geloven of op andere manieren anders zijn, dan ik (of ik anders ben dan de ander); oftewel om kort te gaan: School heeft ook een functie gericht op integratie!

De pluriforme multi-etnische samenleving
Als kinderen na het basisonderwijs sterker in de samenleving kunnen staan door wat de school hen heeft meegegeven, dienen wij ook die samenleving zelf te bekijken; waar komen die kinderen nu terecht?

Aangezien ik een beperkte scoop heb genomen voor richting vrij, dus onderwijs gebaseerd op geloofsovertuiging, zal het niet verwonderlijk zijn, dat ik op dit aspect van onze pluriforme multi-etnische samenleving inzoom.

Nu blijkt uit onderzoeken de rol van godsdiensten in Nederland (en in nagenoeg heel Europa) afneemt (zie SCP, CBS en anderen). In de onderzoeken wordt zelfs benadrukt dat, hoe je de meting ook verricht: tellingen vanuit de godsdienstige organisaties zelf, via enquêtes of langs andere manieren of methoden van onderzoek; er blijkt er een ontkerkeling gaande te zijn, die vooralsnog geen tekenen vertoont dat het zal stoppen. Uit het SCP onderzoek, Godsdienstige veranderingen in Nederland, uit 2006, wordt vastgesteld dat in 1958 slechts 24% zichzelf buitenkerkelijk noemde. In 2004 ging dit al om 64% buitenkerkelijken. Andere rapporten, zoals het CBS rapport, Religieuze betrokkenheid van bevolkingsgroepen 2010-2014, geeft aan dat het aantal religieuzen verder is gedaald. In 2014 behoorde nog maar 50,4% van de bevolking tot een religieuze groepering tegenover 60% aan het einde van de jaren ’90. En ook het kerkbezoek liep terug, zo blijkt uit hetzelfde rapport. In 1971 ging nog 37% regelmatig naar een religieuze dienst, terwijl in 2014 dit nog maar 14,4% is.

Is echter met het teruglopen van religieuze diensten of het zichzelf buitenkerkelijk verklaren, de conclusie te rechtvaardigen dat de rol van godsdiensten afneemt? Ik denk van niet. Grote conflicten in de wereld, maar ook in ons eigen land, lijken steeds vaker gebaseerd op godsdienstige verschillen en het onbegrip dat er tussen groepen daarover is.

Als ik dan terug ga naar het onderwijs, met de ‘enge’ interpretatie van de term ‘richting’ heeft dit dus betrekking op godsdienst. Men spreekt dan over onderwijs, die voornamelijk gestoeld is op één geloofsovertuiging. Dit lijkt mij strijdig lijkt met hetgeen gesteld is in kerndoel 38, zoals hierboven aangehaald. Tenzij je op Christelijke scholen ook iets leert over het Jodendom, de Islam en de andere geloofsstromingen in Nederland, zoals het Rooms-Katholieke geloof. En deze redenatie kun je ook voor alle andere geloofsstromen anders invullen. Het antwoord daarop is simpelweg: Nee! Of zwaar onvoldoende. Men is daadwerkelijk gericht op dé geloofsrichting waarop het onderwijs gestoeld is.

Los van het feit, dat deze vorm van ‘richting’ in het onderwijs feitelijk strijdig is met de huidige wettelijke kerndoelen voor het basisonderwijs, werkt het dus ook segregatie in de hand! In dat verband is het niet gek dus ‘dat het multiculturele experiment mislukt is’ (om deze vaak in het politieke discours gebruikte woorden maar even aan te halen en meteen op te merken dat een dergelijk experiment nooit bestaan heeft).

Het nieuwe richting vrije onderwijs
Kinderen zitten gemiddeld 8 schooljaren op school en krijgen in die periode ten minste 7.520 uur onderwijs aangeboden. Dat is gemiddeld 940 uur per leerjaar. Op een jong mensenleven is dat veel tijd. Veel tijd ook om veel nieuwe dingen te leren. De kinderen worden hier gevormd en dienen, om te kunnen voldoen aan de wettelijke kerndoelen voor het basisonderwijs, nog meer voorbereidt worden op de maatschappij.

Maak met het nieuwe wetsvoorstel echte richting vrije scholen (ook in ‘enge’ zin)! Anders gesteld: Vorm alleen maar Openbare Basisscholen, zonder grondslag die gelegen is in een godsdienst en maak tegelijkertijd een vak als ‘maatschappelijke vorming’ verplicht. Hierbij leert ieder kind op hoofdlijnen over godsdienstige stromen, welke rol en belang heeft godsdienst? Leer ieder kind heel beknopt wat de belangrijkste termen, gebruiken/riten en overtuigingen zijn en waar die vandaan komen! Leer ook dat ieders geloof gerespecteerd dient te worden. Het heet niet voor niets geloof; het is een intrinsieke overtuiging die diep uit je binnenste ‘Ik’ komt en je kracht en steun geeft in het leven (zeker in tijden van onzekerheid en angst).

Door dit nieuwe begrip en historisch besef dat we de kinderen meegeven, ontstaat er begrip en respect voor elkaar en ieders geloofsovertuiging. Iedereen die daarnaast meer wil weten over één bepaald geloof, of omdat dit vanuit huis uit nu eenmaal verplicht is, kan in het religieuze huis van zijn of haar keuze verdere verdieping vinden in dat geloof (in de kerk, moskee, synagoge, etc.).

Conclusie
Ons huidige onderwijssysteem zou dus inderdaad ‘richting vrij’ dienen te zijn (ook in de ‘enge’ betekenis). De staatssecretaris bedoelt dit echter niet in zijn wetsvoorstel. In de brief en toelichting is te lezen dat het wegnemen van de term richting gericht is op de meer vrije markt gerichte manier van onderwijs. Er ontstaan meer kansen om diverse onderwijsstromingen aan te kunnen bieden. Goed nieuws voor diversiteit en innovatie in het onderwijs, dat dit voor zover ik dat uit mijn ervaring met mijn schoolgaande kinderen kan overzien goed kan gebruiken.

Maar het zou eigenlijk verder moeten gaan naar echt richting vrij onderwijs in ‘enge’ zin. Naar een Openbaar Onderwijssysteem waar kinderen echt ook voorbereid worden op de pluriforme en multi-ethnische samenleving die wij in Nederland zijn!
En verder…
Met het centraal stellen van ‘richting’ in ‘enge’ zin in dit artikel, ben ik bewust voorbij gegaan aan diverse mooie nieuwe ontwikkelingen en initiatieven binnen het onderwijs, waardoor beter op maat gemaakt onderwijs kinderen zich echt verder kunnen ontwikkelen. En daar richt het nieuwe wetsvoorstel zich nu vooral op. Wetende dat er momenteel zoveel mooie voorbeelden zijn, die pogen de kwaliteit van het basisonderwijs te vergroten. Het onderwijs weer meer persoonlijk te maken en op ieder kind toegesneden, zodat zijn of haar kwaliteiten het kind echt verder helpen (in plaats van belemmeren omdat ze niet in het algemene en gemiddelde systeem passen).

Daarvoor wil ik u aanraden om voor bijvoorbeeld te kijken naar het Amsterdamse onderwijsprogramma Onze Nieuwe School en de projecten die zich daarvoor hebben aangemeld. Voor meer inspiratie en als voorbeeld hoe je meer op kind en ouder gerichte onderwijsvormen kunt ontwikkelingen, kunt u ook eens kijken naar klassepuntcom.